Gedichtenslangen

In de poëzieweek schreef elke klas een gedichtenslang rond het thema Verwondering. Een gedichtenslang wordt gemaakt door elk lesuur een nieuwe regel toe te voegen aan het gedicht. De leerkracht van dat lesuur mag een tip geven, of een eis stellen “je moet een woord gebruiken dat met mijn vak te maken heeft”. Uit de inzendingen werden de gedichten van 1A1 en 1B2 bekroond. Deze leerlingen kregen een klokje als beloning.

Met grote ogen van verwondering kijken we de wereld in. Hoe lang zal deze wereld nog bestaan? Niet te veel met deo’s spuiten anders zal het er voor de toekomst niet goed uitzien buiten. Wij jonge mensen kunnen er iets aan doen Want we houden van groen. Zo zorgen we voor het klimaat en staan dag en nacht paraat. Met grote ogen van verwondering kijken we de wereld in. Elke dag ben je er voor mij. Als ik verdrietig ben, maak jij me weer blij. Je bent een engel aan mijn zij, steeds in de weer en vlijtig als een bij. Onze liefde gaat nooit voorbij maar nu verklappen wij: de liefste mama, dat ben jij.

Terug naar overzicht